Rekentool gewicht in de overgang: BMI, buikomvang en tempo
Met de rekentool gewicht voor de overgang bereken je je BMI, vergelijk je je buikomvang met de grenzen van 80 en 88 centimeter en zie je wat een realistisch afvaltempo is. De getallen geven een eerste indruk, geen diagnose. Op deze pagina lees je wat de uitkomsten betekenen, hoe je je buikomvang goed meet, waarom BMI rond je vijftigste minder zegt dan je denkt en wat je getallen betekenen voor de GLI.
Rekentool: BMI en buikomvang
Werkt alleen in je browser. Er wordt niets opgeslagen of verstuurd.
Wat berekent de rekentool voor je gewicht in de overgang?
De rekentool zet drie getallen naast elkaar: je BMI, je buikomvang en een bandbreedte voor een haalbaar afvaltempo. Samen geven ze een beter beeld dan je gewicht alleen.
Je BMI reken je uit door je gewicht in kilo's te delen door je lengte in meters in het kwadraat. Weeg je 80 kilo bij 1,68 meter, dan is je BMI 80 gedeeld door 2,82, ongeveer 28,3. Je buikomvang meet je zelf met een meetlint. Het afvaltempo berekent de tool op basis van je gewicht en een algemeen advies, zodat je ziet hoeveel weken een doel ongeveer kost.
BMI-grenzen: wat zegt je BMI in de overgang?
Je BMI is een screeningsgetal dat je gewicht afzet tegen je lengte. De Nederlandse richtlijn Overgewicht en obesitas gebruikt voor volwassenen met een Europese achtergrond de klassen in de tabel op deze pagina: van 18,5 tot 25 normaal gewicht, van 25 tot 30 overgewicht en vanaf 30 obesitas, verdeeld in drie klassen.
Waarom BMI rond je vijftigste minder zegt
De richtlijn waarschuwt dat de diagnose obesitas niet alleen op BMI kan worden gebaseerd. Bij ouderen en bij mensen met veel spiermassa kan BMI misleidend zijn. In de overgang verlies je spiermassa en verschuift vet naar je buik, waardoor je BMI gelijk kan blijven terwijl je lichaamssamenstelling ongunstiger wordt. De richtlijn noemt ook mensen met een normale BMI die toch veel buikvet hebben. Daarom meet de rekentool ook je buikomvang.
Andere grenzen voor sommige groepen
Voor mensen vanaf 70 jaar hanteert de richtlijn voor overgewicht een afwijkende grens van BMI 28 tot 30. Voor mensen met een andere dan Europese achtergrond gelden andere afkapwaarden. Hoort jij daarbij, bespreek je uitkomst dan met je huisarts.

Buikomvang meten: zo meet je je middelomtrek goed
Je buikomvang zegt meer over buikvet dan je BMI. Voor vrouwen met een Europese achtergrond noemt de richtlijn 80 centimeter als grens voor een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en 88 centimeter voor een ernstig verhoogd risico.
Meetinstructie in drie stappen
- Ga rechtop staan en meet op je blote huid.
- Leg het meetlint halverwege tussen je onderste rib en de bovenkant van je bekken.
- Trek het lint niet te strak aan.
Meet steeds op hetzelfde moment, bijvoorbeeld 's ochtends voor het ontbijt, zodat je metingen onderling goed vergelijkbaar zijn. Voelt je buik vaak opgezet of opgeblazen, zonder dat het vet is, lees dan meer over een opgeblazen gevoel in je buik tijdens de overgang.
| BMI | Klasse | Wat het betekent voor de GLI |
|---|---|---|
| Onder 18,5 | Ondergewicht | Niet van toepassing |
| 18,5 tot 25 | Normaal gewicht | Niet van toepassing |
| 25 tot 30 | Overgewicht | Mogelijk, met buikomvang 88 cm of meer of een aandoening |
| 30 tot 35 | Obesitas klasse I | Mogelijk, met buikomvang 88 cm of meer of een aandoening |
| 35 tot 40 | Obesitas klasse II | Mogelijk, op basis van BMI |
| 40 of hoger | Obesitas klasse III | Mogelijk, op basis van BMI |
Richtlijn Overgewicht en obesitas, module Uitkomstmaten (2023); GLI-voorwaarden polis Nationale-Nederlanden 2026
Realistisch afvaltempo: welke bandbreedte toont de rekentool?
De rekentool rekent met een tempo van 0,5 tot 1 kilo per week. Die bandbreedte komt uit het algemene afvaladvies van de Britse NHS voor volwassenen. Een Nederlandse richtlijn noemt voor de overgang geen apart tempo; wel raadt de richtlijn sterke calorierestrictie af, omdat die de stofwisseling vertraagt.
Zie de uitkomst als bovengrens, niet als opdracht. In de overgang werkt een lichte gewichtstoename van gemiddeld ongeveer 0,5 kilo per jaar tegen, en weken met tegenslag horen erbij. De richtlijn noemt minstens 5% gewichtsverlies na een jaar, met behoud van spiermassa, een gangbaar streefdoel. Wil je weten wat dit betekent voor een groter doel, lees dan de tijdlijn voor 10 kilo kwijtraken.
Rekenvoorbeelden: zo lees je de uitkomsten van de rekentool
Drie fictieve rekenvoorbeelden laten zien hoe dezelfde tool verschillende uitkomsten geeft. Het zijn geen echte personen, alleen getallen om de uitleg concreet te maken.
Voorbeeld 1: normaal BMI, buik net boven 80
Een vrouw van 1,70 meter weegt 68 kilo. Haar BMI is ongeveer 23,5, dus een normaal gewicht. Haar buikomvang is 84 centimeter: boven de grens van 80 voor een verhoogd risico, maar onder 88. De tool wijst haar op zelf aan de slag gaan met leefstijl. Haar BMI alleen had dat buiksignaal gemist.
Voorbeeld 2: overgewicht met een grotere buikomvang
Een vrouw van 1,65 meter weegt 82 kilo. Haar BMI is ongeveer 30,1 en haar buikomvang 94 centimeter. Ze valt binnen de GLI-voorwaarden zoals een verzekeraar die beschrijft, en met een BMI boven 30 kan ze ook medische begeleiding met haar huisarts bespreken. Een eerste doel van 5% is voor haar ruim 4 kilo; bij 0,5 tot 1 kilo per week is dat in theorie 4 tot 8 weken werk.
Voorbeeld 3: BMI boven 35
Een vrouw van 1,68 meter weegt 104 kilo. Haar BMI is ongeveer 36,8. Op basis van haar BMI alleen kan ze al in aanmerking komen voor de GLI. Haar huisarts is de logische eerste stap om te bespreken welke begeleiding past.
Wat betekenen je uitkomsten voor de GLI en andere hulp?
Je BMI en buikomvang bepalen mede of je in aanmerking komt voor de gecombineerde leefstijlinterventie. Volgens de polisvoorwaarden van een verzekeraar voor 2026 kun je meedoen als je 18 jaar of ouder bent en een BMI van 25 tot 35 hebt met een buikomvang van 88 centimeter of meer, of een BMI van 25 tot 35 met een aandoening die met overgewicht samenhangt, of een BMI van 35 of hoger.
Zo neem je je getallen mee
Je hebt een verwijzing nodig van je huisarts, bedrijfsarts of specialist. Neem je gemeten BMI en buikomvang mee naar de afspraak. Kijk in je eigen polis welke voorwaarden gelden, want die kunnen per verzekeraar verschillen. Meer over de opbouw van het programma lees je bij het leefstijlprogramma GLI op overgewichtnederland.com.
Ligt je BMI hoger, dan kan het ook zinvol zijn om met je huisarts te bespreken of medische begeleiding bij overgewicht past. Via deze site wordt niets voorgeschreven of verkocht. Wil je je getallen koppelen aan een concrete route, doe dan de afvaltest.
Alle gratis tests over overgang en gewicht
Elke test geeft richting, geen diagnose. De laatste drie staan op onze partnersite overgewichtnederland.com.
- OvergangstestFase, 15 klachten en alarmsignalen, met samenvatting voor je huisarts.
- Afvaltest overgangVijf vragen: welke route past bij jouw BMI, buikomvang en fase.
- Bloedtest bij gewichtstoenameWelke bloedwaarden iets zeggen als je aankomt, thuis of via de huisarts.
- Overgang bloedtest thuisAMH, LH en FSH: wanneer het zin heeft en wanneer niet.
- Afvaltest overgewichtnederland.comUitgebreide vragenlijst met persoonlijk advies over begeleiding.
- Menopauze test overgewichtnederland.comKlachten, cyclus en gewicht in één check.
- Kom ik in aanmerking voor een maagverkleining?Drie vragen op overgewichtnederland.com; een chirurg beslist.
Hulp nodig bij afvallen in de overgang?
Huisarts of overgangsconsulent
Voor klachten, medicijncheck en een verwijzing. Neem de samenvatting van de overgangstest mee.
Wat doet een overgangsconsulentGecombineerde leefstijlinterventie
Twee jaar begeleiding bij voeding, beweging en gedrag, vergoed vanuit de basisverzekering met verwijzing.
Lees over de GLIMedische begeleiding bij overgewicht
Arts, leefstijlcoach en psycholoog, telefonisch of met videocall, via overgewichtnederland.com.
Bekijk de routes en laat je terugbellenVeelgestelde vragen over rekentool gewicht overgang
Hoe bereken ik mijn BMI?
Je deelt je gewicht in kilo's door je lengte in meters in het kwadraat. Bij 75 kilo en 1,65 meter is dat 75 gedeeld door 2,72, ongeveer 27,5. De rekentool op deze pagina doet dat automatisch. Bedenk dat BMI een screeningsgetal is en bij ouderen en gespierde mensen misleidend kan zijn.
Gelden voor alle vrouwen dezelfde grenzen voor buikomvang?
Nee. Voor vrouwen met een Europese achtergrond noemt de richtlijn 80 centimeter voor een verhoogd en 88 centimeter voor een ernstig verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Voor vrouwen met een Zuid-Aziatische, Zuidoost-Aziatische of Oost-Aziatische achtergrond stelt de richtlijn lagere grenzen voor. Bespreek je uitkomst dan met je huisarts.
Waar meet ik mijn buikomvang precies?
Je meet staand, op je blote huid, halverwege tussen je onderste rib en de bovenkant van je bekken. Trek het meetlint niet te strak aan. Meet steeds op hetzelfde moment van de dag, bijvoorbeeld voor het ontbijt, zodat je metingen goed vergelijkbaar zijn.
Is BMI betrouwbaar voor vrouwen boven de 50?
Niet helemaal: de richtlijn schrijft dat BMI bij ouderen en bij mensen met veel spiermassa misleidend kan zijn. In de overgang verandert je lichaamssamenstelling, waardoor je BMI gelijk kan blijven terwijl je meer buikvet krijgt. Combineer je BMI daarom altijd met je buikomvang.
Welk BMI heb je nodig voor de GLI?
Volgens de polisvoorwaarden van een verzekeraar voor 2026 kom je in aanmerking bij een BMI van 25 tot 35 met een buikomvang van 88 centimeter of meer of een aandoening die met overgewicht samenhangt, of bij een BMI van 35 of hoger. Je hebt een verwijzing nodig. Check je eigen polis.
Waarom toont de rekentool een bandbreedte in plaats van één getal?
Omdat afvallen per persoon en per week verschilt. De tool rekent met 0,5 tot 1 kilo per week, het algemene advies van de Britse NHS. Een Nederlandse richtlijn noemt voor de overgang geen apart tempo. Zie de uitkomst als indicatie: in de overgang kan het langzamer gaan zonder dat je iets fout doet.
Moet ik mijn buikomvang meten als mijn BMI normaal is?
Ja, dat is zinvol. De richtlijn beschrijft dat iemand met een normale BMI toch veel buikvet kan hebben. In de overgang verschuift vet vaker naar je buik, dus je BMI kan normaal blijven terwijl je buikomvang boven de 80 centimeter komt. Meet beide om een goed beeld te krijgen.
Geldt de BMI-grens anders na je zeventigste?
Ja, voor mensen vanaf 70 jaar hanteert de Nederlandse richtlijn een afwijkende grens voor overgewicht van BMI 28 tot 30. Voor de meeste vrouwen in de overgang geldt die grens nog niet, maar het laat zien dat BMI met de leeftijd anders gelezen moet worden.
Wat doe ik als mijn buikomvang boven 88 centimeter ligt?
Neem het serieus, maar schrik niet: het is een signaal, geen diagnose. Je kunt zelf aan de slag met eten, bewegen en krachttraining, en met je huisarts bespreken of de GLI bij je past. Combineer je het met een BMI van 25 of meer, dan voldoe je mogelijk aan de voorwaarden.
Hoe vaak moet ik mijn gewicht en buikomvang meten?
Eén keer per week wegen en één keer per maand je buikomvang meten is voor de meeste mensen genoeg. Doe het steeds op hetzelfde moment en onder dezelfde omstandigheden. Vaker meten geeft vooral dagschommelingen, die je onnodig onzeker kunnen maken.
Verder lezen over rekentool gewicht overgang
Bronnen en peildatum
- Richtlijn Overgewicht en obesitas, module Uitkomstmaten (10-07-2023) (geraadpleegd 23-10-2026)
- Richtlijn Overgewicht en obesitas, module Obesitas tijdens de overgang (10-07-2023) (geraadpleegd 23-10-2026)
- NHS, Tips to help you lose weight (geraadpleegd 23-10-2026)
- Nationale-Nederlanden, voorwaarden GLI 2026 (geraadpleegd 23-10-2026)
- The Menopause Society, MenoNote Weight Gain (2025) (geraadpleegd 23-10-2026)
- Australasian Menopause Society, Weight management and healthy ageing (2018) (geraadpleegd 23-10-2026)